Vleermuizen
De meervleermuis
De meervleermuis is een vrij forse soort (spanwijdte tot 32 cm) die boven groter water op insekten jaagt. Het Noord-Hollands kanaal, het IJ en de brede sloten van Waterland vormen een uitstekend biotoop waar de soort ook regelmatig wordt waargenomen. Het jachtterrein strekt zich uit tot meerdere kilometers van de slaapplaatsen.
In het voorjaar en de zomer vormen meervleermuizen kraamkolonies die dikwijls enkele honderden vrouwelijke dieren met hun jongen tellen. De kolonies zijn gewoonlijk gevestigd in gebouwen (zolders, spouwmuren e.d.). De meervleermuis overwintert in Nederland uitsluitend in koele, vochtige ondergrondse ruimten.
Het westen van Nederland is een belangrijk bolwerk voor deze aan water gebonden soort. Uit tellingen blijkt dat de soort sterk is achteruitgegaan in de afgelopen decennia door de beperkte beschikbaarheid van slaapplaatsen. Het aantal meervleermuizen wordt geschat tussen de 8.000 en 10.000. In de jaren vijftig waren dat er tussen de 30.000 en 40.000.
De grootoorvleermuis
De gewone grootoorvleermuis is een middelgrote vleermuis (28 cm spanwijdte) met opvallend grote oren. Deze vleermuis jaagt bij voorkeur in een parkachtig landschap met bomen en open ruimten, zoals de Noorderbegraafplaats. Ze jagen in de directe omgeving van hun slaapplaats. In het voorjaar en de zomer verblijven ze in gebouwen of in holle bomen zoals die op de begraafplaats in overvloed beschikbaar zijn. Ook in ondergrondse kelders en bunkers worden kraamkolonies gevormd.
Zomerwaarnemingen van de soort zijn uit de directe omgeving bekend. Ook deze vleermuis overwintert in ondergrondse ruimten met een constante temperatuur. Het aantal gewone grootoorvleermuizen in Nederland is laag, naar schatting tussen 4.000 en 6.000 dieren. In de jaren vijftig moet dit rond de 15.000 zijn geweest.
Terug naar vorige pagina
Twitter
Hyves
Digg
Facebook
Del.icio.us
LinkedIn